Bedrijven dwingen om mensenrechten te respecteren: Vredesactie ijvert mee voor zorgplichtwetgeving

foto van een actie bij Caterpillar - je ziet het logo van caterpillar en een spandoek met warprofiteer op

Veel bedrijven zijn over de hele wereld actief. Vaak nemen ze het niet al te nauw met mensenrechten en sociale rechten. Vandaag zijn de middelen om hen daarvoor ter verantwoording te roepen heel beperkt. Daar komt nu verandering in. Zorgplichtwetgeving dwingt bedrijven om mensenrechten te respecteren. Ook in België zet het brede middenveld die eis op de agenda. Vredesactie trekt mee aan de kar.

Europese overheden moeten erover waken dat op hun grondgebied de mensenrechten worden gerespecteerd. Dat is vandaag de dag algemeen aanvaard. Maar wat mogen we van bedrijven eisen die over de grenzen heen actief zijn en in andere continenten winst, grondstoffen en consumptiegoederen binnenrijven? Die bedrijven nemen het niet altijd zo nauw met de mensenrechten. Hoe kunnen we hen ter verantwoording roepen?

Op dit moment zijn de middelen om bedrijven te dwingen in het buitenland mensenrechten te respecteren beperkt. Maar daar komt verandering in.

Liberale, economische rechten worden wereldwijd gegarandeerd. Dat steekt schril af bij de bescherming van sociale en mensenrechten.

Op VN-niveau onderhandelen landen over een bindend verdrag dat de internationale mensenrechtenverplichtingen van ondernemingen moet verankeren. Didier Reynders, EU-commissaris voor Justitie, heeft aangekondigd dat er ook op Europees niveau een wetgevend kader komt. De Belgische regering engageert zich om op beide niveaus constructief mee te werken en staat ook open voor een nationale regeling. Een brede coalitie van vakbonden en NGO’s, waaronder Vredesactie, heeft haar verwachtingen voor zo’n wetgeving in een memorandum gegoten en voert campagne om die voorstellen op de politieke agenda te zetten. Er beweegt dus één en ander.

Maar waar gaat dit nu eigenlijk over? Waaruit bestaan de mensenrechtenverplichtingen van ondernemingen? Hoe zou een wetgevend kader er uit moeten zien? Wat is de link met wapenhandel? Waarom zet Vredesactie hier mee haar schouders onder?

Een actie bij Agrexco

Waarom is een wet over bedrijven en mensenrechten nodig?

Een wereldwijd verdrag dat de mensenrechtenverplichtingen van ondernemingen vastlegt betekent een noodzakelijke correctie op de globalisering zoals we die nu kennen: een sterke economische maar heel beperkte sociale globalisering. Liberale, economische rechten worden wereldwijd gegarandeerd. Dat steekt schril af bij de bescherming van sociale en mensenrechten. Die is nog steeds hoofdzakelijk een nationale verantwoordelijkheid, ondanks het bestaan vele internationale instrumenten, zoals de Universele Verklaring van de Mensenrechten.

Het resultaat daarvan is een lappendeken van “rechten-rijke” en “rechten-luwe” landen en regio’s: in sommige landen zijn mensenrechten en sociale rechten relatief goed beschermd, in andere landen nauwelijks. Multinationals kunnen daar hun voordeel mee doen. Door het niet nauw te nemen met arbeidsrechten, (collectief) landbezit van lokale gemeenschappen, vakbondsrechten, recht op protest, milieunormen tot zelfs het recht op leven, kunnen ze goedkoper produceren en verhandelen. Wanneer het gerechtelijk apparaat van die landen weinig ontwikkeld is of slachtoffers van schendingen daar geen toegang toe hebben, komen die ondernemingen daar probleemloos mee weg. Aan die straffeloosheid wil deze regelgeving een einde maken.

Is dit proces dan zo nieuw? Niet helemaal: al in 1973 zette de VN de eerste commissie rond op om regels op te stellen voor bedrijven die over de grenzen heen actief zijn. Na een uiterst hobbelig parcours met lange pauzes leverde die commissie in 2011 de “Guiding principles on Business and Human Rights” voor. Dat het zo lang heeft geduurd en dat het geen bindend maar een vrijwillig kader biedt heeft een goede reden. In de discussie staan enorme belangen lijnrecht tegenover elkaar. Economische belangen tegenover sociale belangen. De belangen van “ontwikkelingslanden” tegenover de belangen van “ontwikkelde landen”. Multinationals drukten hun stempel op de uitkomst. Maar ook sterke sociale en ecologische organisaties, bewegingen en netwerken uit de sterkst getroffen landen wisten op het resultaat te wegen. Nu staan er dus nieuwe onderhandelingen aan te komen. Die moeten tot een bindend verdrag leiden.

Natuurlijk willen niet alle multinationals zware mensenrechtenschendingen begaan. Maar door hun complexe productieketen kunnen ze ook ongewild mensenrechtenschendingen veroorzaken.
Een betoging van Dismantle Corporate Power

Wat betekent ‘Human Rights Due Dilligence’?

Natuurlijk hebben niet alle multinationals de intentie om zware mensenrechtenschendingen te plegen om hun winst te vergroten. Maar productieprocessen zijn complex en omspannen vaak met allerlei tussenschakels de hele wereld. Door die uitgestrekte waardeketens (‘value chains’) kunnen  bedrijfsactiviteiten van multinationals ook ongewild mensenrechtenschendingen veroorzaken of er op berusten. Daarom bevatten de VN Guiding Principles niet alleen een negatieve verplichting, namelijk geen mensenrechten schenden, maar ook een positieve verplichting, namelijk schendingen van mensenrechten actief voorkomen of, als dit niet lukt, de gevolgen ervan herstellen of vergoeden. 

Die verantwoordelijkheid geldt voor de eigen activiteiten van ondernemingen, maar ook elders in hun waardeketen, voor zover zij daar een daadwerkelijke invloed op kunnen uitoefenen. Bij dochterondernemingen bijvoorbeeld is die invloed zeer groot. Bij leveranciers of klanten hangt het ervan af in hoeverre de onderneming eisen kan stellen en op de keuzes en het gedrag van die actoren kan wegen.
 
Praktisch betekent dit dat ondernemingen aan ‘human rights due diligence’ moeten doen: ze moeten de bedrijfsactiviteiten en hun waardeketen screenen op risico's dat die bijdragen aan schendingen van mensenrechten. Vervolgens moeten ze concrete stappen ondernemen om die risico's te verminderen en schendingen te voorkomen of te stoppen wanneer ze al plaatsvinden.

Een persoon tijdens ons protest tegen Agrexco

De naleving van deze Guiding Principles blijft echter een pijnpunt: ze zijn immers niet juridisch afdwingbaar. Daarom onderhandelen landen sinds enkele jaren opnieuw over een bindend verdrag dat aan ondernemingen deze verplichtingen oplegt en ook hun aansprakelijkheid regelt. In verschillende Europese landen – bijvoorbeeld Frankrijk, Duitsland, Nederland en Zweden – zijn er wettelijke initiatieven. Ook de EU heeft aangekondigd dat het in 2021 een bindend kader zal voorstellen. In België vraagt een breed verband van NGO's en vakbonden om een Belgische wet die een bindende zorgplicht en de aansprakelijkheid van bedrijven vastlegt.

Over die aansprakelijkheid zal nog aardig wat gediscussieerd worden. Blijven de mensenrechtenverplichtingen beperkt tot een inspanning om mogelijke schendingen op te speuren? Dan is er het risico dat dit in de praktijk niets meer oplevert dan een bureaucratische oefening waarmee bedrijven hun handen in onschuld kunnen wassen. Of worden bedrijven ook verplicht om schade te herstellen? Zullen slachtoffers respect voor deze wetgeving kunnen afdwingen? Met andere woorden: krijgt deze regelgeving tanden of blijft het een papieren tijger?

Een bindende zorgplichtwetgeving legt zo’n algemene due diligence-verplichting ook op aan ondernemingen. Wapenbedrijven kunnen zich dan niet meer achter overheden verschuilen.

Wat is het verband met wapenhandel?

De huidige wetgeving inzake wapenexport houdt al een vorm van human rights due diligence in. Overheden moeten de mogelijke gevolgen van wapenexport nagaan voor ze een exportvergunning verlenen. Volgens de Europese regels mogen wapens bijvoorbeeld niet uitgevoerd worden wanneer het risico bestaat dat ze bijdragen aan mensenrechtenschendingen.

De meeste overheden bewijzen echter vooral lippendienst aan die wettelijke criteria en laten in de praktijk hun economische belangen primeren. De due diligence verplichtingen zijn immers niet voldoende afdwingbaar. 

De rechtszaken die Vredesactie voert om wapenexport te stoppen gaan over de zorgvuldige uitvoering van die due diligence. We laten de wettelijke criteria voor wapenexport door de rechtbank toetsen en dwingen daarmee de Waalse overheid om ze te respecteren. De recente uitspraken van de Raad van State tonen ook wat de impact kan zijn van deze wetgeving eenmaal ze effectief afdwingbaar is: uitvoervergunningen ter waarde van enkele honderden miljoenen euro werden geschorst omdat ze niet strookten met de wettelijke criteria. Vandaag zien we ons verplicht om telkens opnieuw naar de rechter te stappen wanneer overheden die niet zorgvuldig toepassen.

Een bindende zorgplichtwetgeving legt zo’n algemene due diligence-verplichting ook op aan ondernemingen en maakt ze potentieel aansprakelijk wanneer ze die verplichting naast zich neer leggen of daaraan niet de juiste gevolgen geven. Wapenbedrijven kunnen zich dan niet meer achter overheden verschuilen, maar moeten zelf actief na te gaan welke risico’s verbonden zijn aan hun contracten. Zij zullen de vergunningverlenende overheid daarvan op de hoogte moeten stellen, maar lopen ook het risico om aansprakelijk gesteld te worden door slachtoffers wanneer ze in gebreke blijven. Zo’n wetgeving zorgt dus voor een bijkomende stok achter de deur.

Een betoging van Dismantle Corporate Power

Hoe kan zorgplichtwetgeving conflicten helpen voorkomen?

Een zorgplichtwetgeving heeft natuurlijk een veel bredere reikwijdte dan de wapenindustrie. Een goede uitvoering ervan draagt ook bij aan conflictpreventie. Zorgplichtwetgeving zal ondernemingen in allerlei sectoren ertoe dwingen om hun banden met de conflicteconomie in een aantal landen na te gaan en door te knippen. Dat de ontginning van diamant, coltan, olie of andere grondstoffen gebruikt wordt om allerlei gewapende actoren te financieren is algemeen bekend. Bedrijven die in die sectoren actief zijn komen daar vandaag gemakkelijk mee weg. Op basis van zorgplichtwetgeving is wegkijken en de handen in onschuld wassen geen legale optie meer.

Respect voor mensenrechten zal niet langer een vrijwillig initiatief zijn dat aan de marktwetten is onderworpen.

Ook in bredere zin kan een zorgplichtwetgeving een belangrijk effect hebben op conflicten. Het zorgt voor een stevige correctie van het economische systeem: respect voor mensenrechten zal niet langer een vrijwillig initiatief zijn dat aan de marktwetten is onderworpen. Bovendien zullen slachtoffers meer mogelijkheden krijgen om zich te verweren tegen wie hun rechten met de voeten treedt.

De invoering van een bindende zorgplichtwetgeving, met een afdwingbare regeling van een herstelplicht en aansprakelijkheid van ondernemingen, is daarom een belangrijk uitgangspunt voor de werking van Vredesactie. De komende maanden en jaren zal het brede middenveld, in België maar ook op Europees en internationaal niveau, sterk van zich laten horen om deze eis op de politieke agenda te zetten. Ook Vredesactie draagt daar haar steentje aan bij.

Wil je meer weten over hoe zo’n zorgplichtwetgeving er uit moet zien? Lees het memorandum.