OPINIE: Waarom gaat regering het debat over Defensie uit de weg?

'Het is onduidelijk of en hoe de regering controleert of er burgerslachtoffers vallen bij Belgische acties. Wat wel duidelijk is, is dat deze regering met de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen kiest om nog generaties lang te blijven bombarderen', schrijft Lene Jacobs van Vredesactie.

deze bijdrage verscheen op 14 februari op knack.be

De herhaalde weigering van de minister van Defensie Steven Vandeput om meer uitleg te geven over de militaire operatie in Irak en Syrië, zowel in het parlement als naar een breder publiek, is zorgwekkend. Natuurlijk is het niet slim om operationele details over militaire missies op het internet te zetten. Maar er is een groot verschil tussen gezonde voorzorgsmaatregelen en totale radiostiltede in de huidige praktijk . Het is onduidelijk of er lessen geleerd zijn uit de voorbije, weinig succesvolle interventies in Afghanistan en Libië. Het is onduidelijk of en hoe de regering controleert of er burgerslachtoffers vallen bij Belgische acties. Wat wel duidelijk is, is dat deze regering met de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen kiest om nog generaties lang te blijven bombarderen.

'Waarom gaat regering het debat over Defensie uit de weg?'

Volgens het kabinet-Vandeput zijn er geen plannen om in de toekomst meer informatie over de Belgische militaire interventies publiek toegankelijk te maken. 'De Belgische bevolking ligt fundamenteel niet wakker van waar de Belgische acties nu juist plaatsvinden. Ik heb daar nog nooit één e-mail over gekregen.' zegt Laurence Mortier, woordvoerder van het kabinet woensdag in Knack.

Er wordt in België weinig tot geen informatie ter beschikking gesteld over lopende militaire operaties, in tegenstelling tot onze buurlanden. Er worden sinds het najaar van 2014 geen 'Wekelijkse overzichten van de operaties' meer gepubliceerd. De bijzondere commissie belast met de opvolging van de buitenlandse missies vergadert achter gesloten deuren. De bespreking van lopende operaties in de commissie landsverdediging is erg beperkt. Op deze manier onttrekt de regering zich aan de publieke controle op de inzet van het leger.

Het gebrek aan informatie maakt niet alleen tussentijdse evaluaties en maatschappelijk debat onmogelijk, het doet ook ernstige vragen rijzen over de impact van Belgische acties op het terrein. Uit het rapport 'Limited Accountability, a transparency audit of the Coalition air war against so-called Isramic State' van de onderzoeksgroep Airwars blijkt dat België opnieuw één van de laagste scores krijgt op vlak van transparantie. Er is geen informatie ter beschikking over locatie, timing en gebruikte munitie bij Belgische luchtaanvallen. Informatie die andere coalitieleden zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Canada wel publiek maken.

Wordt er gecontroleerd op burgerslachtoffers?

In een vraag om openbaarheid van bestuur in oktober 2016 vroeg Vredesactie naar "alle documenten die een overzicht geven van de controle op slachtoffers ten gevolge van Belgische wapeninzet in Irak & Syrië". Defensie antwoordde dat "er geen documenten beschikbaar zijn betreffende slachtoffers van Belgische aanslagen gezien het feit dat er nog geen 'collateral damage' (nevenschade) heeft plaatsgevonden. Vreemd, want de vaststelling dat er nog geen burgerslachtoffers zijn gevallen komt logischerwijs na de controle, toch?

In 2015 herinnerde de speciale VN rapporteur Ben Emmerson eraan dat elke staat verplicht is een onderzoek te starten wanneer er een vermoeden bestaat dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. Toch gaf tot nu toe enkel de VS, met voorsprong de meest actieve partner in de coalitie, het bestaan van 152 burgerslachtoffers toe. De twaalf andere leden van de coalitie houden vol dat ze nog geen burgerslachtoffers maakten. Begin 2017 schat Airwars het aantal burgerdoden door acties van de coalitie op 2.205 voor Irak en Syrië samen. Dat is waarschijnlijk een onderschatting, want het gaat om de gevallen waarvoor er ernstige aanwijzingen zijn dat de slachtoffers vielen bij acties van de coalitie. Daarnaast zijn er alle burgerdoden waarvoor geen aanwijzingen zijn over wie de bom dropte.

Lessen leren uit het verleden

In Afghanistan sloeg in 2016 een recordaantal van 623,345 mensen intern op de vlucht, wint de Taliban steeds meer terrein op het Afghaanse leger, terwijl IS de Taliban op eigen terrein uitdaagt. Hoe is het mogelijk dat de inzet van Belgische militairen in Afghanistan, voor een geschatte kost tussen 600 miljoen en 1 miljard euro, nooit geëvalueerd werd in het parlement? Het valt ook op dat hoewel de militaire operatie in Afghanistan geen succes was, er weinig debat vooraf is gegaan aan de beslissing om militair te interveniëren in Libië (operatie Unified Protector) en Irak en Syrië (operatie Desert Falcon). Wat moeten deze operaties bereiken? Wat moet vermeden worden? Op welke termijn wordt naar welke doelstellingen gewerkt en wanneer worden ze geëvalueerd?

Elke militaire doctrine stelt dat een conflict uiteindelijk politiek opgelost moet worden. Met militaire middelen kan men hoogstens een militaire patstelling creëren, geen conflicten oplossen. Het is met andere woorden de regering die het leger een duidelijk afgebakende opdracht geeft in een breder politiek verhaal. De enige manier om te vermijden dat fouten uit het verleden herhaald worden, is om tussentijdse en afrondende evaluaties te organiseren van zoewle de opdracht voor het leger, de regeringsbeslissing en het bredere politieke verhaal. Zo'n evaluatie is in verschillende van onze buurlanden gebruikelijk en werd ook in België meermaals op de agenda gezet. In 1997 pleitte de Rwanda commissie in haar verslag voor een grondige debriefing na elke militaire operatie. Ook het Rekenhof nam de aanbeveling op in haar rapport 'Leren van buitenlandse militaire operaties' van 2010.

De illusie van de "schone oorlog"

Waarschijnlijk vloeken berichten over burgerdoden met het beeld van een "schone" of "rechtvaardige" oorlog. Maar doen alsof ze er niet zijn, en nabestaanden in het ongewisse laten over de dood van hun naaste, is onverdedigbaar. Zonder een zicht op de menselijke kost van de oorlogen die België uitvecht, is een evaluatie van de resultaten fictie. Vormen burgerdoden waarvoor niemand verantwoording aflegt trouwens geen groter gevaar voor onze veiligheid dan een degelijke transparantiepolitiek?