OPINIE: Vlaanderen mag niet plooien voor de wapenindustrie

Bram Vranken hekelt dat de Vlaamse regering militair onderzoek opnieuw wil sub­sidiëren. Daarmee zet ze onze veiligheid op het spel.

Zijn we dat echt van plan, de Vlaamse oorlogseconomie financieren? De Vlaamse regering gaf onlangs groen licht voor een nieuw beleid: de wapenindustrie kan voortaan aanspraak maken op Vlaamse subsidies voor militair onderzoek. De Vlaamse minister van Innovatie, Philippe Muyters (N-VA), verklaarde dat Vlaanderen mee moet met zijn tijd, gezien de gewijzigde geopolitieke situatie en het feit dat Europa de wapenindustrie wil subsidiëren.

Daarom negeren we ethische principes en zetten we onze veiligheid op het spel. Hopelijk voorkomt het Vlaams Parlement, dat de richtlijn vandaag bespreekt, alsnog dat Vlaanderen meestapt in een oorlogseconomie.

Defensief of offensief?

Voelt minister Muyters enige schroom om de pacifistische traditie van Vlaanderen zomaar overboord te gooien? Zeker, hij stelt: ‘Wat we niet willen steunen, is alles wat offensief militair is. We gaan geen steun geven aan onderzoek naar raketten, bommen, vuurwapens, chemische of biologische wapens.’

Daarmee doet de minister aan ethische windowdressing, want het is onmogelijk om een onderscheid te maken tussen defensieve en offensieve wapens. Dat hangt af van het gebruik van die technologie, niet van de aard. Bovendien blijft de invulling van offensieve wapens in de richtlijn-Muyters beperkt tot het ding of onderdeel dat schiet of ontploft. De subsidies gaan dus niet naar bommen of granaten, maar naar militaire drones, gevechtsvliegtuigen, oorlogsschepen en tanks.

Is het dan niet beter om te investeren in militair onderzoek in geopolitiek instabiele tijden? Neen, voor je een Europese defensie-industrie uitbouwt, heb je een eensgezind Europees buitenlands beleid nodig. Laat daar nu net het schoentje knellen. Een Europees buitenlands beleid is zo goed als onbestaande. De Europese lidstaten houden de touwtjes van hun buitenlands beleid liever zelf in handen. Zoals Henrik Vos zegt op VRT NWS: ‘Zolang de Unie geen krachtig en duidelijk aangestuurd buitenlands beleid heeft, is de uitbouw van een gemeenschappelijke defensie voorbarig. Het belangrijkste onderscheid tussen een leger en een roversbende is dat een leger in principe politiek wordt aangestuurd.’

De doelstelling van het Europees Defensiefonds is niet de veiligheid verhogen, maar de Europese defensie-industrie rendabel houden. De wapens die het Europees Defensiefonds wil subsidiëren, staan wereldwijd ter discussie vanwege de mogelijk negatieve gevolgen voor onze veiligheid. Het gaat niet over water­reservoirs, zoals minister Muyters zo graag uitlegt, maar over de ontwikkeling van gewapende drones en autonome wapens.

De speciale VN-rapporteur voor buitengerechtelijke executies, Christof Heyns, waarschuwde al in 2013 dat het ongebreidelde gebruik van drones het internationale rechtssysteem en daarmee onze veiligheid in het gedrang brengt. Internationaal lopen er onderhandelingen over een verbod op autonome wapens. De ontwikkeling van die wapens op Europees niveau dreigt de geloofwaardigheid van die onderhandelingen te ondergraven. Waar die wapens terecht zullen komen, blijft de vraag. Want laten we niet vergeten: wapenbedrijven halen hun winst uit een wereldwijde verkoop, niet alleen uit de aankoop van landen uit de EU.

Economische flater

Waar zal Vlaanderen het geld halen om militair onderzoek te financieren? Zullen we minder investeren in kankeronderzoek en in innovatieve projecten die milieuproblemen kunnen oplossen? Militair onderzoek subsidiëren zal leiden tot een verschuiving van middelen ten nadele van civiel onderzoek. Uit een studie van het Vlaams Vredesinstituut blijkt dat het economisch gezien verstandiger is om innovatiesteun te verlenen aan civiel onderzoek dan aan militair onderzoek, want dat brengt geen economisch voordeel.

Het argument dat we dankzij de investeringen in militair onderzoek een civiel gps-systeem hebben, is achterhaald. Het is goedkoper en efficiënter om rechtstreeks een civiel systeem te ontwikkelen zonder de omweg van het militaire onderzoek.

Onderzoekers, onder wie Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, waarschuwen voor crowding out: geld dat in militair onderzoek wordt geïnvesteerd, kan mensen en middelen wegtrekken van onderzoek in de civiele sector, terwijl die sneller en transparanter output genereert.

Muyters begaat een ethische én economische flater die een bedreiging vormt voor onze veiligheid. Militair onderzoek subsidiëren komt tegemoet aan de particuliere belangen van de wapenindustrie. Als samenleving zullen we erop achteruitgaan.

Deze opinie verscheen op dinsdag 17 juli 2018 in De Standaard