Europese subsidies voor onbemande onderzeeërs

Dit artikel door Kristof Clerix verscheen op 28/02/2018 in Knack

Liefst een half miljard euro per jaar gaat de Europese Commissie vanaf 2021 pompen in militair onderzoek. In de aanloop naar dat nieuwe subsidieprogramma -het Europees Defensie Fonds- verdeelt de Commissie de komende drie jaar in een "voorbereidende actie" alvast 90 miljoen euro onder militaire onderzoeksprojecten. De eerste vijf zijn recent geselecteerd door het Europees Defensieagentschap (EDA) in Brussel. Eén klein subsidiecontract -voor een horizonverkenning rond toekomstig onderzoek- is eind 2017 reeds ondertekend. Het EDA verwacht dat de andere vier contracten eind maart 2018 ondertekend zullen zijn.

Een van de geselecteerde onderzoeksprojecten, Ocean2020, focust op de inzet van onbemande drones en onderzeeërs in een maritieme omgeving. Onder leiding van het Italiaanse bedrijf Leonardo nemen 42 partners uit 15 EU-landen er aan deel -zowel bedrijven, onderzoeksinstellingen als ministeries. Ze gaan onderzoeken hoe de onbemande tuigen onder en boven water kunnen communiceren met Europese marines.

Volgens de betrokken bedrijven gaat de Commissie het onderzoek met 35 miljoen euro ondersteunen. De ngo Vredesactie vindt het 'frappant' dat uitgerekend Leonardo de subsidiepot mee binnenhaalt. Net als vijf andere partners van Ocean2020 -MBDA, Saab, TNO, Indra en de Frauenhofer Gesellschaft- was Leonardo lid van de zogenaamde Group of Personalities. Die groep van 16 experts, bijeengeroepen door de Europese Commissie, publiceerde in 2016 een rapport waarin hij Europa opriep 3,5 miljard euro uit te trekken voor militair onderzoek.

'Het is onaanvaardbaar dat wapenbedrijven betrokken zijn bij het opmaken van beleid. Het is al helemaal wraakroepend dat diezelfde bedrijven daarna miljoenen aan subsidies weten binnen te halen dankzij het beleid waar ze zelf aan hebben meegeschreven', zegt Bram Vranken van Vredesactie. 'Dit is belangenvermenging, zij het niet in de juridische zin want voor zover wij weten zijn hier geen wetten overtreden. Maar deontologisch gezien is dit wel een probleem.'
Het Europees Defensieagentschap reageert dat de technische evaluatie die voorafging aan de selectie van de projecten losstaat van de Group of Personalities. 'Enkel onafhankelijke experts met de nodige expertise en zonder belangenconflict waren daarbij betrokken', zegt woordvoerster Pauline Massart. Het inhoudelijke werkprogramma voor de subsidies wordt bovendien opgesteld door nog een andere expertengroep.

Vredesactie hekelt dat de namen van experten die betrokken zijn bij de evaluatie van de projecten niet publiek worden gemaakt. Vranken: 'Het is verontrustend dat de Europese Commissie lak heeft aan elke vorm van transparantie. Op zijn minst zou je mogen verwachten dat ze haar eigen regels naleeft.' Volgens het EDA worden de namen op het einde van de rit pas onthuld, 'om hun onafhankelijkheid te verzekeren en invloed van buitenaf te vermijden tijdens het evaluatieproces'.

Vredesactie noemt het gebrek aan transparantie rond de Europese militaire onderzoeksprojecten echter 'fundamenteel'. Vranken: 'De Europese Ombudsman is onlangs, na een klacht van Vredesactie, tot de conclusie gekomen dat er "systemische problemen" zijn bij het EDA wat betreft het behandelen van vragen op basis van de openbaarheid van bestuur-wetgeving. Het EDA speelt een belangrijke rol bij de implementatie van het Europees Defensie Fonds. Dat een dergelijk agentschap zelfs niet de capaciteit heeft om vragen van openbaarheid van bestuur te beantwoorden, is behoorlijk hallucinant.' Het EDA van zijn kant stipt aan dat het in november 2017 de 'nodige procedures en structuur' heeft opgezet om systematisch op openbaarheidsverzoeken te antwoorden. 'We wensen ook te onderstrepen dat die opmerking van de Europese Ombudsman geen conclusie of beslissing was, maar enkel de situatie van voor november 2017 reflecteerde', zegt woordvoerster Massart. 'Tegen Pasen verwachten we een beslissing van de ombudsman in deze zaak.'

Themas: