Defensie moet werk maken van transparantie en dialoog

Een breed maatschappelijk debat over de toekomst van defensie, Vredesactie dringt er al lang op aan. Nu blijkt ook uit een rapport van Transparency International dat ons land slecht scoort op transparantie en dialoog. Transparency International publiceerde eind vorig jaar voor de tweede keer de “Government defence anti-corruption Index”. Deze index, GI in het kort, bekijkt hoe weerbaar defensie is tegen corruptie. Voor elk land worden 77 vragen beantwoord, over beleid, personeel, operaties, financies en de aankoop van nieuw materiaal.
 

Kans op publiek debat gemist

Vragen rond transparantie zijn bijvoorbeeld 'is het gevoerde beleid publiek beschikbaar en bestaat er debat over?' of 'wordt de aankoopprocedure voor defensiemateriaal – van behoeftestelling, over contract, tot doorverkoop van afgeschreven materiaal - openbaar gemaakt?'. België scoort respectievelijk 2 en 1 op een schaal van 4 (heel goed) tot 0 (onvoldoende). Die lage score hoeft niet te verbazen. Defensie heeft onlangs nog een belangrijke en zeldzame kans gemist om een breed publiek debat te voeren over de toekomst van het leger in het kader van het nieuwe strategische plan voor 2030. Vanuit verschillende hoeken, waaronder vredesorganisaties en de legervakbond, bestaat de vraag om zo'n debat al jaren. Toch heeft de minister zich ertoe beperkt een visie over het thema te vragen aan een selecte club experts (Horizon 2030), die toegelicht werd op een colloquium. Wat precies de weerslag van deze visies is in het uiteindelijke plan is niet duidelijk. Ook onduidelijk is of er andere stemmen meetelden in het uiteindelijke plan, zoals de hoorzittingen die de commissie defensie organiseerde over het thema of de opiniepeiling van het Vlaams Vredesinstituut en de Universiteit Antwerpen.
 

Volgende keer beter dan?

Hopelijk is er volgende keer (in 2030?) wel de politieke volwassenheid om via een open, democratisch, breed en publiek debat na te denken over de toekomst van de Belgische defensie. Maar de kous voor deze regering is niet af. In december 2015 werd een akkoord bereikt over de investeringen in defensie voor de komende jaren: 34 nieuwe bommenwerpers, 2 fregatten, 6 drones, fregathelikopters, andere helikopters, voertuigen voor de landmacht, … de lijst is lang. Investeringen voor een (aangekondigd) totaalbedrag van 9,2 miljard euro. Rond deze boodschappenlijst moeten nog veel knopen doorgehakt worden. Kunnen die bommenwerpers kernbommen dragen? Welk wapenbedrijf krijgt welk contract? Gaat de overheid economische compensaties onderhandelen voor de Belgische industrie? In hoeverre zullen die een rol spelen in de keuze van een producent? Deze regering kan nog heel wat doen om ervoor te zorgen dat het publieke en parlementaire debat over defensie gevoerd wordt, te beginnen bij deze aankopen en bij voorkeur voor de beslissingen genomen worden.

Wie doet beter?

Het GI rapport van Transparency International werd op ingenieuze wijze ontsloten op een website. Het is een toegankelijke bron van informatie geworden, met antwoorden op de 77 vragen, voetnoten met alle links naar de gevonden informatie en reacties van de ambtenaar bij defensie die de bevraging volgde. Een handig doorzoekbare schat aan informatie dus, over de Belgische defensie en die van de 32 andere NAVO lidstaten – wat vergelijken erg gemakkelijk maakt. Vredesactie ging kijken in welke landen onze minister inspiratie kan halen.

  • Sinds 1976 publiceert Australië regelmatig Defence White Papers, documenten die een belangrijke rol spelen in de formulering van het defensiebeleid. Het defensiebeleid wordt regelmatig besproken in het parlement, maar de white paper is vooral gericht op het brede publiek, oa via het 'Defence White Paper Community Consultation Program'.

  • In het Verenigd Koninkrijk zijn de verschillende stappen van beleidsdocumenten redelijk gedetailleerd te volgen via de website van het parlement.

  • Canada houdt de gegevens en de voortgang van lopende aankoopprocedures bij op een website. Je vindt er nieuws, een overzicht van de actoren in het dossier en de context van de aankoop in kwestie.

  • In Polen is er geen structurele dialoog met het middenveld over defensie. Het middenveld werd wel betrokken bij de bevraging van 2010, die leidde tot de publicatie van de 'White Paper on National Security'.

  • Georgië zoekt voor bepaalde aankoopprocedures de controle van NGO's op door details online te publiceren en NGO's uit te nodigen op aanbestedingscommissies.

  • In Nederland worden de officiële documenten over de aankoop van 37 F-35 gevechtsvliegtuigen chronologisch bijgehouden op de overzichtelijke website van de Rekenkamer.

Defensie als politieke pasmunt

Defensie heeft intussen een veiligheidsanalyse en een investeringsplan voor defensie gepubliceerd. Er ontbreekt nog een essentiële schakel tussen die twee, die ons zou toelaten het eigenlijke debat rond defensie te voeren: de strategische visie. Waarom kiest de regering voor deze investeringen om een antwoord te bieden op de uitdagingen benoemd in de veiligheidsanalyse? Zonder die keuzes te benoemen wordt het erg moeilijk om het debat over defensie aan te gaan.

Voorkomen dat we de fouten uit het verleden herhalen (Afghanistan, Libië, Irak) kan enkel door voorbije missies te evalueren, zowel op tactisch vlak door het leger zelf als op politiek niveau door de samenleving – met inbegrip van politici. Zo'n evaluaties worden in België nooit grondig gevoerd. Met alle gevolgen van dien. We horen steeds vaker politieke argumenten om keuzes binnen defensie te verantwoorden. Het aankopen van PATRIOT raketten zou politiek en strategisch een interessante zet zijn, want “ons land koopt zo een zitje in het selecte clubje Navo-landen die beschikken over dergelijke luchtafweer”. Met zo'n argumenten wordt het moeilijk om een relevante evaluatie van de laatste operaties van het leger te maken.

We trokken mee ten oorlog in Afghanistan, een operatie die talloze slachtoffers maakte, vluchtelingenstromen op gang bracht en het land uiteindelijk verscheurd en gedestabiliseerd achterliet. We zijn al jaren een trouwe bondgenoot in de War on Terror, een oorlog die het terrorisme niet deed verminderen, integendeel. We zijn al die tijd een “trouwe bondgenoot” geweest en hebben “onze reputatie binnen de NAVO verdedigd”. Wordt het geen tijd dat we ons ook afvragen of het heeft bijgedragen aan onze veiligheid? Een 'goede reputatie' kopen in de NAVO met gevechtsvliegtuigen, kernbommen in Kleine Brogel en PATRIOT-raketten klinkt al redelijk absurd. Nog absurder is dat we niet eens weten welke politiek we met dat gewicht willen vertegenwoordigen in de NAVO. Is het een politiek die de failliete recepten van militaire interventie en confrontatie met Rusland promoot, of een die een bijdrage doet aan vrede en veiligheid in de wereld?