Oorlog begint hier, in Oudenaarde en Brussel

Zodra een oorlog voltooid verleden tijd is, staan de speeches bol van vredevolle intenties. “België heeft over de jaren een internationaal imago opgebouwd van neutrale bruggenbouwer, advocaat van een wereldwijde ontwapening en promotor van de rechtsstaat en van de strijd tegen straffeloosheid” Een frase uit de officiële website van de overheid rond de herdenking van WO1. De zin zou uit de toon vallen in een beleidsdocument van vandaag, een regeerakkoord bijvoorbeeld.

Overheden hebben met hun economisch, buitenlands en defensiebeleid een invloed op conflicten. In tegenstelling tot de vredevolle woorden die sinds het herdenkingsjaar 2014 extra in trek zijn, is deze invloed niet altijd positief. Voor het vergunnen van wapenhandel is dit duidelijk. In andere dossiers is de invloed van de overheid minder helder. Overheidsgeld voor bedrijven die zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht bijvoorbeeld. In de vorm van onderzoekssubsidies, of via openbare aanbestedingen. Denk maar aan G4S, de Deens-Britse Security gigant, die onder andere het contract toegewezen kreeg voor de bewaking van Gentse scholen en musea. Het bedrijf kwam de voorbije jaren regelmatig in opspraak, vanwege martelpraktijken in gevangenissen in Zuid-Afrika, buitensporig geweld in detentiecentra in Papua Nieuw-Guinea en hun rol in de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden.

Overheden hebben een waaier aan mogelijkheden om te vermijden dat hun beleid, of de activiteiten van bedrijven, conflicten en oorlogen in de hand werken. Ze kunnen ethische criteria opnemen bij subsidielijnen en in openbare aanbestedingen; een verbod instellen op het verkopen of in de handel brengen van producten waarbij in het productie- of verhandelingsproces mensenrechten worden geschonden; de extraterritoriale verantwoordelijkheid van bedrijven juridisch vastleggen en afdwingbaar maken; monitoringsinstanties oprichten om de impact van bedrijven in conflictsituaties en oorlogseconomieën in kaart te brengen, enz. Desondanks gebeurt er weinig. Te weinig.

War starts here

Om onze invloed in conflicten tastbaar te maken en aan te klagen, startte Vredesactie enkele jaren geleden de campagne War Starts Here. In 2009 wordt de brochure War, It's the Economy Stupid gepubliceerd, waarin aan de hand van vijf voorbeelddossiers wordt getoond hoe economie soms nauw verweven zit met geweldadige conflicten. In de daaropvolgende maanden voeren activisten actie aan OIP, de Belgische dochter van de Israëlische wapenfabrikant Elbit Systems, en Caterpillar dat de bulldozers levert aan het Israëlisch leger. Ook op ITEC, de Brusselse wapenbeurs, documenteren vredesactivisten hoe wapenhandelaren hun producten aan de man brengen.

Agrexco, de link tussen illegale nederzettingen en de luchthaven van Luik

Vanaf 2011 focust de campagne zich op de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden. Hoewel de Belgische en Europese overheden de illegale Israëlische nederzettingen regelmatig veroordelen en benadrukken dat het bestaan en de bouw ervan in strijd zijn met het Internationaal Humanitair Recht, blijft het beleid hun bestaan steunen. Producten uit de illegale nederzettingen, bijvoorbeeld groenten, fruit en kruiden die er geteeld worden met gestolen water, op gestolen grond, worden hier bij ons verkocht. Door deze producten van een afzetmarkt te voorzien, ondersteunt onze overheid onrechtstreeks de Israëlische bezetting.

De campagne spitste zich toe op een belangrijke distributeur van deze handel in Europa: het Israëlische bedrijf Agrexco en haar verdeelcentrum aan de luchthaven van Bierset, bij Luik. Op 11 februari 2011 blokkeren vredesactivisten een dag lang het distributiecentrum. In mei dienen vierhonderd mensen klacht in bij hun lokaal politiekantoor tegen Agrexco en haar activiteiten. En dan, in de zomer van 2011, gaat Agrexco failliet. Een combinatie van factoren leidde tot het faillissement, waaronder de jarenlange campagnes tegen het bedrijf in verschillende landen vanwege hun betrokkenheid bij de Israëlische bezetting. Maanden na het faillissement blijft het afwachten hoe de markt zich herorganiseert.

Nederzettingenproducten voor de rechtbank?

Terwijl de publiekscampagne rond Agrexco vorm kreeg, werd achter de schermen nagegaan welke juridische mogelijkheden er bestonden om de handel in producten uit de illegale nederzettingen voor een Belgische rechtbank te brengen. Door het failliet van Agrexco viel dat voorbereidend onderzoek in het water, het doelwit voor de rechtszaak was weggevallen.

Na beraad en kritische reflectie werd in 2012 beslist om verder uit te zoeken welke juridische mogelijkheden er waren zonder Agrexco als duidelijke Belgische connectie. Een rechtzaak die de toepassing van het internationaal recht afdwingt, zou immers een schitterend voorbeeld kunnen zijn van échte conflictpreventie en geweldloze conflicthantering. We brengen bezoeken aan vroegmarkten en supermarkten en zoeken uit welke herkomstmarkeringen te vinden zijn op Israëlische producten. We nemen contact op met Palestijnse en Israëlische organisaties waaronder Who Profits, een Israëlische organisatie die prachtig onderzoek doet naar de manier waarop bedrijven winst slaan uit de Israëlische bezetting. Onderzoek aan de twee kanten van de keten dus, dat aangevuld werd met gegevens van vele NGO's die werken rond dit dossier, en de sporadische antwoorden van handelaars in de sector op onze vragen.

Advies van de minister

Net als talloze andere organisaties blijven we ook op de politieke deur kloppen. Onze overheden moeten verder gaan dan de lauwe veroordelingen van de Israëlische schendingen van het internationaal recht. Ze moeten er een concreet beleid aan koppelen. Vredesactie ging in 2011 en 2012 op gesprek bij de minister van Economie met een winkelkar vol 'gestolen goederen': geproduceerd in de illegale nederzettingen, te koop bij ons. Eind 2013 vielen net geen 300 brieven in de bus van het ministerie, opnieuw met de vraag de import van producten uit de illegale nederzettingen te stoppen.

En de politiek zette enkele voorzichtige stappen. De Europese Commissie kondigde in juli 2013 richtlijnen aan die moeten voorkomen dat EU-geld terecht komt in de illegale nederzettingen. In 2014 informeerde de Commissie de Israëlische overheid dat certificaten voor producten van dierlijke of biologische oorsprong, afgeleverd door de Israëlische instanties niet erkend worden voor bedrijven in nederzettingen in de bezette gebieden. Het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken publiceerde een bericht waarin bedrijven en burgers van de EU gewaarschuwd worden voor de juridische en economische risico's verbonden aan economische en financiële activiteiten in de Israëlische nederzettingen. En ook het ministerie van Economie publiceerde in 2014 een advies omtrent de oorsprongsetikettering van producten afkomstig uit de Israëlische nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden. Het advies waarschuwt verkopers voor het etiket 'made in Israël' dat in het geval van producten uit de nederzettingen als misleidend wordt beschouwd.

Voorlopige einde van het juridische spoor

Tijdens de zomer van 2014 begint het erop te lijken dat het volume producten op de markt dat herkenbaar is als product uit een illegale nederzetting ook effectief begint te dalen. De houding van groothandels en supermarkten verandert. Waar we vroeger zelden antwoord kregen op onze vragen, lijkt het antwoord nu klaar te liggen op het bureau van de pr-afdeling. “Voor producten uit Israël is er een duidelijke richtlijn dat deze niet uit bezet gebied mogen komen. Al onze producten dragen een herkomstvermelding zoals voorgeschreven door de Belgische wetgeving” laat Carrefour weten. “Onze klanten (Supermarkten / Groothandels) verlangen dat de producten uit Israël niet uit de nederzettingen komen. Deze beslissing is genomen op basis van intern gemaakte afspraken en veel belangrijker vragen van de eindconsument” horen we bij Eosta, een Nederlandse groothandel in biologische producten die in België o.a. aan Bioplanet levert.

Adviezen vervangen geen daadkrachtig beleid. En hoewel de meeste producten uit de illegale nederzettingen uit het zicht zijn verdwenen, is er geen reden om aan te nemen dat ze er niet meer zijn. We weten uit onderzoek aan de andere kant van de keten, in de nederzettingen zelf, dat het verkeerd labellen van producten dagelijkse praktijk is. Maar bewijslast voor deze rechtszaak kunnen we enkel opbouwen rond producten die openlijk geïmporteerd worden als producten uit de nederzettingen. Het gevolgde spoor, om deze producten voor een Belgische rechtbank te brengen, loopt hier dood.

Made in Illegality

De druk op overheden en publieke opinie om de Israëlische bezettingspolitiek een halt toe te roepen, blijft intussen oplopen. Bijvoorbeeld via de campagne Made in Illegality, waarmee meer dan 20 Belgische organisaties waaronder Vredesactie de Belgische overheid oproepen de banden met de nederzettingen radicaal door te knippen. De campagne bouwt niet alleen een stevige politieke werking uit, maar zoekt ook een grond voor dialoog met de private sector. Na de Belgische start in februari 2014 stak begin dit jaar een veelbelovende Franse zustercampagne van wal.

12-11-2015
Afeglopen woensdag, op wapenstilstand, publiceerde de Europese Commissie richtsnoeren voor de...
11-06-2015
Zodra een oorlog voltooid verleden tijd is, staan de speeches bol van vredevolle intenties.
22-01-2015
Een aantal leden van het Midden-Oosten overleg van 11.11.11 (ABVV, Algemene Centrale van het ABVV,...
25-11-2014
Meer dan 300 Europese vakbonden, NGO's en middenveldorganisaties roepen de EU op om het associatie...

Pagina's