Inhoudelijk

Nieuwe gevechtsvliegtuigen, waar gaat het over?

Vanaf 2023 bereiken de F-16's van de Belgische luchtmacht hun maximaal aantal vlieguren en worden ze uit roulatie genomen. De huidige regering moet beslissen of ze al dan niet vervangen worden. Een uitgemaakte zaak, als je het regeerakkoord erop naleest: “De regering zal een beslissing nemen die België toelaat op lange termijn een capaciteit jachtvliegtuigen te behouden in het licht van de aangekondigde vervanging van de huidige F-16”. De vervanging van de F-16's staat in het regeerakkoord, nog vóór er een langetermijnvisie op de toekomst van Defensie ontwikkeld is. Waarvoor de toestellen moeten dienen, waar ze ingezet moeten worden en voor welke taken, blijft voorlopig een raadsel, er werd nog steeds geen strategisch plan voor Defensie voorgesteld.

Het lijkt zelfs al duidelijk welk toestel de voorkeur van de regering krijgt: de F-35 of Joint Strike Fighter geproduceerd door het Amerikaanse bedrijf Lockheed Martin. Dit toestel is niet alleen de duurste kandidaat kwa aankoop, het is ook het enige toestel dat erop voorzien is om kernwapens te dragen.

Wie wil nieuwe gevechtsvliegtuigen?

Uit een opiniepeiling door Universiteit Antwerpen ism het Vlaams Vredesinstituut naar aanleiding van de Stemtest blijkt dat slechts één op de vier Belgen voorstander is van nieuwe gevechtsvliegtuigen. In Vlaanderen (53,5%) zijn iets méér tegenstanders dan in Wallonië (37,9%). Een groot deel van de kiezers heeft geen uitgesproken mening. Ook bij de kiezers van CD&V en Open VLD, aan Vlaamse kant de felste voorstanders van nieuwe gevechtsvliegtuigen, is slechts één op drie voorstander. Het is alvast duidelijk dat voor deze miljardenaankoop nauwelijks maatschappelijk draagvlak bestaat.

Politiek zijn het de regeringspartijen die voorstander zijn van de aankoop, oppositie is tegen.

  • We bevroegen de politieke partijen over het dossier voor de verkiezingen van 2014, herbekijk en herlees wat ze er toen van dachten 

  • Honderden mensen stuurden onze volksvertegenwoordigers een mail in juni 2015, een jaar na de verkiezingen. Bekijk hier hun reacties

Waarvoor moeten gevechtsvliegtuigen dienen?

Wie nu kiest voor nieuwe gevechtsvliegtuigen, slaat een fundamentele stap over: een publiek en democratisch debat over de toekomst van de Belgische defensie. Welke rol zien we ervoor weggelegd? En wat mag ons dat kosten? De keuze voor gevechtsvliegtuigen is immers automatisch een keuze voor militaire interventies zoals we die de afgelopen jaren hebben gezien in Afghanistan en Libië. De recente geschiedenis leert ons het failliet van dit soort strategie.

Zes Belgische F-16’s namen deel aan de NAVO-interventie in Afghanistan. Ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de oorlog stelde Charles-Henri Delcour, voormalig stafchef van het Belgische leger, op Radio 1: “Ik denk dat het zo’n beetje overal is fout gelopen. Men kan het niet echt hebben over een overwinning. Alle ingrediënten voor een burgeroorlog zijn aanwezig.” In 2011 bombardeerden Belgische F-16’s Libië. Wat eerst een beperkte interventie moest blijven met gerichte bombardementen, officieel om Libische burgers te beschermen, werd al snel een poging tot ‘regime change’. Sindsdien gleed Libië af naar geweld en chaos.

Met gevechtsvliegtuigen kunnen we hoogstens hier en daar brandjes proberen blussen. Maar die militaire interventies dragen zelden bij aan onze veiligheid of aan een duurzame oplossing van conflicten.

Hoeveel gaat dat kosten?

Veel geld: zo'n zes miljard voor de aankoop van veertig gevechtstoestellen, en daarbij nog eens miljarden voor inzet, upgrades en onderhoud. Ter vergelijking: het Nederlandse ministerie van Defensie rekent op meer dan 12 miljard euro voor aankoop en exploitatie van 37 F-35's.

Om de miljardenaankoop te verantwoorden, beloven onze politici economische return en tewerkstelling. Ook de lobbyisten van de luchtvaartsector zwaaien met terugverdieneffecten. De vergelijking met de F-16 komt hen daarbij mooi uit. Maar houdt die vergelijking steek? De F-16 was een onverwacht succes. Uiteindelijk werden er zo'n 4500 stuks van geproduceerd, een cijfer waar producent Lockheed Martin nooit van had durven dromen. De mogelijke opvolger van de F-16 zal nooit zo'n oplage halen, integendeel. België kocht indertijd 160 F-16's. Van de eventuele vervangers zullen we er hooguit veertig bestellen. Nederland, dat mee de Joint Strike Fighter ontwikkelde, plande aanvankelijk een aankoop van 85 toestellen, nu is de bestelling teruggeschroefd tot 37.

Waarom kopen we beter geen nieuwe gevechtsvliegtuigen?

De geplande aankoop doet niet alleen de wenkbrauwen fronsen vanwege het hallucinante bedrag – 6 miljard euro – in volle besparingsperiode en af te betalen door toekomstige regeringen. Nieuwe gevechtsvliegtuigen zijn ook een hypotheek op een constructief buitenlandbeleid voor de toekomst. Gevechtsvliegtuigen zijn geen veelzijdige toestellen die ingezet kunnen worden in uiteenlopende situaties. Ze zijn gemaakt om bij militaire operaties controle over het luchtruim te bewaken, en om doelen op de grond te bombarderen. De situaties waarin gevechtsvliegtuigen de laatste jaren werden ingezet zijn de militaire interventies in Irak, Afghanistan, Libie, Mali,... Die militaire operaties zijn er niet in geslaagd om vrede en stabiliteit te brengen, integendeel.

De militaire recepten zijn failliet. Er is nood aan een nieuwe visie voor onze buitenlandpolitiek. Er moet ruimte gemaakt worden voor niet-militaire middelen. Er moet kritisch gekeken worden naar onze aanwezigheid in de wereld vandaag en hoe die conflicten beïnvloedt. Nu gevechtsvliegtuigen kopen zet een zinvol buitenlandbeleid voor de toekomst op het spel.

  • Jan Nolf (Erevrederechter) schreef een brief aan de minister van Defensie waarin hij zich afvraagt of we het geld dat de regering in de nieuwe gevechtsvliegtuigen wil investeren niet beter kunnen besteden aan justitie, als we onze veiligheid willen waarborgen