Complaint for use in the Netherlands
Ik,
woonachtig te,(volledig adres)
wens hierbij klacht neer te leggen wegens misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid.
Op de vliegtuigbasis van Volkel worden B61-kernbommen gestationeerd. De Nederlandse overheid treft voorbereidingen om nucleaire wapens in te zetten en geeft orders aan haar militair personeel om zich te trainen en gereed te houden voor het gebruik van kernwapens. In oorlogstijd zullen Nederlandse F16's deze atoombommen naar hun doelwit brengen.
Met deze nucleaire politiek schendt de NAVO, en de Nederlandse overheid, de regels van het internationaal recht, zoals gepreciseerd door het Internationaal Gerechtshof van Den Haag.
De kernwapens in Volkel zijn in strijd met het internationaal recht. Het Internationaal Gerechtshof heeft in zijn uitspraak van 8 juli 1996 de fundamentele regels van het oorlogsrecht aangeduid die van toepassing zijn op kernwapens. Ten eerste dat onderscheid moet gemaakt worden tussen oorlogsvoerenden (combattanten) en burgers en dat bijgevolg nooit gebruik mag gemaakt worden van wapens die niet in staat zijn onderscheid te maken. Ten tweede is het verboden onnodig lijden toe te brengen aan oorlogsvoerenden en mogen bijgevolg geen wapens gebruikt worden die dergelijk onnodig lijden toebrengen.
De gevolgen van het gebruik van kernwapens kunnen niet beperkt worden in ruimte en tijd. Bijgevolg kunnen de kernwapens in Volkel nooit ingezet worden zonder dat deze elementaire regels van het humanitaire oorlogsrecht geschonden worden. De voorzitter Bedjaoui beoordeelde de bestaande kernwapens als strijdig met het internationaal recht: "Kernwapens lijken - althans bij de huidige stand van de wetenschap - zeer zeker van dien aard te zijn dat ze zonder onderscheid slachtoffers maken, zowel onder combattanten als non-combattanten en daarbij ook nog onnodig leed veroorzaken aan zowel de ene als de andere groep. ... Tenzij de wetenschap erin slaagt 'schone' kernwapens te ontwikkelen die de combattanten treffen en tegelijkertijd de non-combattanten sparen, is het duidelijk dat het kernwapen niet-onderscheidende gevolgen heeft en het humanitair recht tot het uiterste tart".
De plaatsing van kernwapens in Volkel komt neer op het voorbereiden van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid, wat op zich reeds een misdaad tegen de vrede is. Gezien kernwapens nooit ingezet kunnen worden zonder de elementaire regels van het oorlogsrecht te schenden is het gebruik van kernwapens een oorlogsmisdaad en een misdaad tegen de mensheid. Het voorbereiden van een oorlog die gevoerd zal worden in strijd met 'internationale overeenkomsten, verdragen en verzekeringen', vormt, ingevolge artikel 6 van het Handvest van Internationale Militaire Tribunaal van 8 augustus 1945, een misdaad tegen de vrede. Het Internationaal Gerechtshof bestempelde dit Handvest als gewoonterecht. Het Hof stelde het gebruik van kernwapens gelijk aan het dreigen daarmee.
De volgende personen maken zich hieraan schuldig:
- De politiek verantwoordelijke ministers: specifiek de minister van defensie, de minister van buitenlandse zaken en de eerste minister.
- De Nederlandse militairen en diplomaten die werken op het NAVO-hoofdkwartier of op SHAPE voor de Nuclear Planning Group en andere structuren die actief zijn in de nucleaire politiek.
- De stafchef van de Nederlandse luchtmacht en de officieren bevoegd voor de nucleaire taken.
- De commandant, de leidinggevende officieren en de piloten van de luchtmachtbasis van Volkel.
Gelieve hierbij te overwegen dat voor misdaden tegen de vrede, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid hoger bevel of het bekleden van staatsfuncties geen beletsel voor vervolging bieden.
Datum:__/__/__
Handtekening: