Met de campagne ‘Mijn Geld. Goed Geweten?’ wijst Netwerk Vlaanderen, samen met Forum voor Vredesactie, Voor Moeder Aarde en Vrede vzw, de bankwereld op haar verantwoordelijkheid. We willen duidelijkheid over wat financiële spelers doen met het geld van de spaarders en beleggers. Waarin wordt het geïnvesteerd? Worden er (smerige) wapens mee gefinancierd?
Een blik op de eerste resultaten van de campagne.
April en mei waren drukke maanden. Op de agenda stonden het dubbele debat ‘Cash Clash’ in Gent, en de gerichte vragen van onze kritische aandeelhouders op de algemene vergaderingen van de vijf geviseerde grootbanken AXA, KBC, Dexia, Fortis en ING . In ons vorig nummer kon u inderdaad een onthullend rapport lezen over de betrokkenheid van alle vijf de banken bij de productie van de smerigste wapens: kernwapens, antipersoonsmijnen, wapens met verarmd uranium, clusterbommen.
Het dubbeldebat in Gent - met eerst Marcel Le Moine van Fortis bank versus Christophe Scheire van Netwerk Vlaanderen, nadien Guido Ravoet van de Belgische Vereniging van Banken versus Michael Crols van Forum voor Vredesactie - verliep in een redelijk positieve sfeer. De vertegenwoordigers van de sector beloofden de opgeworpen problemen verder te onderzoeken en later (binnen een jaar?) opnieuw bijeen te komen om de resultaten te bespreken.
Op de aandeelhoudersvergaderingen waren de reacties anderzijds erg verschillend van bank tot bank.
Positieve en negatieve reacties
AXA, 21 april, Parijs
Ondanks eerder gemaakte beloftes door AXA Frankrijk, mochten de kritische aandeelhouders slechts drie vragen stellen op de Algemene Vergadering. De voorzitter van de vergadering antwoordde niet, ofwel ontweek hij de vragen. De aandeelhouders confronteerden de Raad van Bestuur met de cijfers uit het rapport 'Mijn geld. Goed geweten?', dat aantoont dat AXA voor minstens 1 miljard US dollar aandelen heeft in producenten van kernwapens, gevechtsvliegtuigen, clusterbommen, wapens met verarmd uranium en ander wapentuig. Ze vroegen of AXA kan garanderen dat zij niet investeren in producenten van landmijnen en wezen de Raad van Bestuur op het belang van transparantie en een open communicatie.
Hun bezorgdheden werden onder tafel geveegd met enkele algemene uitspraken. Over het thema landmijnen heerste absolute stilte.
ING, 27 april, Den Haag
Op de vraag hoe ING haar maatschappelijke verantwoordelijkheid verenigt met investeringen in producenten van landmijnen, antwoordde de voorzitter Ewald Kist dat hij niet op de hoogte was van dergelijke financieringen. Maar hij voegde daar onmiddellijk aan toe dat dit zou worden uitgezocht en er een einde zou komen aan deze investeringen. Hij baseerde zich hierbij op de regels die ING volgt bij kredietverlening en beleggingen, m.n. hun 'Business Principles'. Ook toen de Raad van Bestuur werd geïnterpelleerd over hun betrokkenheid bij de producenten van kernwapens, was het antwoord van de voorzitter categoriek: "ING wenst niet betrokken te zijn bij financieringen van massavernietigingswapens".
Met investeringen in producenten van clusterbommen en wapens met verarmd uranium, hadden zij blijkbaar echter minder problemen: "Als de NAVO het toelaat, dan vinden wij dat OK", luidde het antwoord.
KBC, op 29 april, Brussel
Als antwoord op alle gestelde vragen van de bezorgde aandeelhouders, verwijst Willy Breesch, voorzitter van de Raad van Bestuur, systematisch naar de bestaande code van KBC. Deze stelt dat er "inzake financiering van wapens een specifieke en strenge regelgeving geldt over dit thema". Als de kritische aandeelhouders vragen hoe deze code dan overeen te stemmen is met investeringen in massavernietigingswapens en landmijnen, blijft hij het antwoord schuldig. Het bestuur van KBC schijnt, in tegenstelling tot het bestuur van ING, niet happig om stappen te zetten om de controversiële investeringen stop te zetten. Ook een grotere transparantie in de financieringen van de wapenindustrie wordt afgedaan als onmogelijk.
Ondanks de starre houding van de Raad van Bestuur, blijkt KBC echter niet ongevoelig voor de discussie. Getuige daarvan het voorlezen van een verklaring door Breesch bij het openen van de vergadering, over het beleid van KBC op vlak van investeringen in de wapenindustrie. Bovendien stelt KBC dat zij als eerste een ethische code hebben ontworpen inzake maatschappelijk verantwoord bankieren. De bank verklaart zich bereid om mee te werken aan de ontwikkeling van een algemene code voor de banksector.
Dexia, 12 mei, Brussel
Na een spervuur van vragen, beloofde de voorzitter van het directiecomité Pierre Richard, er persoonlijk over te waken dat het bedrijf Singapore Technologies, producent van antipersoonsmijnen, uit het geviseerde beleggingsfonds verwijderd wordt. BAE Systems en EADS, twee grote producenten van wapens met verarmd uranium, kernwapens en clusterbommen, zouden uit de aandelenportefeuille zijn verdwenen.
Verder stelde Richard dat de investeringen in grote bedrijven die zich met wapenproductie bezighouden slechts een heel klein deel van de totale portefeuille beslaan. Het afstoten van de lopende investeringen in de wapenindustrie zou volgens hem dan ook geen probleem mogen vormen.
Fortis, 26 mei, Brussel
Ook de Algemene Vergadering van Fortis werd geconfronteerd met vragen van kritische aandeelhouders over de investeringen in producenten van clusterbommen, landmijnen, kernwapens en wapens met verarmd uranium. Topman Verwilst verklaarde dat Fortis deze zaak ter harte neemt en niet wil betrokken zijn bij deze 'dirty weapons'. De raad van bestuur kondigde dan ook aan werk te zullen maken van een strenger wapenbeleid dat verdergaat dan het hetgeen wettelijk verplicht is. Fortis engageert zich om niet langer betrokken te zijn bij controversiële wapens en belooft over deze nieuwe investeringspolitiek een open communicatie te voeren. Dit zou een trendbreuk betekenen met de vroegere houding van de bank en een belangrijk precedent creëren in de Belgische financiële wereld. De kritische aandeelhouders zullen deze beloftes dan ook op de voet volgen.
Ook de politiek reageert:
verbod investeringen antipersoonsmijnen
Tijdens de omzetting naar Belgisch recht van de Europese Richtlijnen met betrekking tot beleggingsfondsen, keurde de senaat enkele amendementen met een ethisch karakter goed. Twee van die amendementen leggen extra rapporteringverplichtingen op betreffende het ethische, sociale en ecologische karakter van de beleggingen. Een derde amendement betreft een verbod op beleggingen in de antipersoonsmijnenindustrie. Goed nieuws dus.
Maar… Dit verbod geldt niet voor zogenaamde indexfondsen. Deze uitzondering voor indexfondsen zou dus bij de latere bespreking in de Kamer nog geschrapt moeten worden. Daar moet men dit onaanvaardbare achterpoortje sluiten. Het vormt immers een overtreding van het antipersoonsmijnenverdrag, dat België ondertekend heeft en waarvan het trouwens een voortrekker was. Dat verdrag verbiedt elke vorm van ondersteuning (inclusief financiering) van de antipersoonsmijnenindustrie.
Het is trouwens moreel geheel verwerpelijk om investeringen te verbieden, behalve daar waar het de financiële industrie te duur zou uitkomen. Het maakt voor een slachtoffer van een antipersoonsmijn echt niet uit of die mijn nu via een gewoon of via een indexfonds gefinancierd is.
Individuele fondsbeheerders stellen weliswaar dat ze geen vat hebben op de samenstelling van een index. Dat klopt, maar doet niet terzake. Ze kunnen immers zelf kiezen welke indexen ze volgen en lang niet alle indexen bevatten bedrijven uit de anti-persoonsmijnenindustrie. Bovendien kunnen ze kiezen om een index geheel of slechts gedeeltelijk (met uitzondering van bv. wapenbedrijven) te volgen.
Dit artikel is hoofdzakelijk gebaseerd op de elektronische nieuwsbrief van de campagne ‘Mijn geld. Goed geweten?’.
U vindt alle actuele informatie op
http://www.mijngeldgoedgeweten.be, waar u zich ook gratis kan abonneren op die nieuwsbrief.